Veel kinderen en tieners in ontwikkelingslanden worden zwaar getroffen door de aidsepidemie. Ze hebben één of beide ouders aan aids verloren. Wereldwijd zijn er 16,6 miljoen kinderen die een of beide ouders verloren aan aids. Het grootste deel van hen leeft in Afrika ten zuiden van de Sahara. Kinderen waarvan de ouders hiv of aids hebben, krijgen te maken met discriminatie, gaan vaak niet naar school en er is nauwelijks geld voor eten en gezondheidszorg.
Door de enorme omvang van de aidsramp vallen niet alleen gezinnen uit elkaar, maar hele families en gemeenschappen en dus ook de sociale vangnetten voor kinderen. Zonder de bescherming van familie lopen kinderen het risico om in aanraking te komen met geweld, mishandeling en uitbuiting. Meer en meer kinderen eindigen op straat en worden uitgebuit als kindsoldaat, kind-prostituee en op andere manieren.
Veel aidswezen zijn zelf ook geïnfecteerd. In zuidelijk Afrika zijn al meer dan 3 miljoen kinderen geïnfecteerd met het virus en de meeste van hen krijgen geen behandeling of zorg.